Marc DEMAEGHT, Notaris te Laakdal

 

Marc DEMAEGHT

Notaris te Laakdal

 

Notaris Marc Demaeght

Veerledorp 30
2431 Laakdal (Veerle)
Tel. (014) 84.14.44
Fax. (014) 84.01.44

BV BVBA
BTW BE 0827869759
RPR Antwerpen afdeling Turnhout
Verzekeringen van het Notariaat cvba

 

27 april 2018

“Wij hebben geen blaadje papier nodig om te tonen dat we van elkaar houden”. Iedereen kent wel iemand die ooit deze zin in de mond genomen heeft. Waarom trouwen als je wettelijk kan samenwonen? Dat is toch praktisch hetzelfde? Of toch niet? Als we beide opties van dichterbij bekijken, merken we hier en daar toch wat verschillen, die misschien wel grote gevolgen kunnen hebben voor de partners.

Feitelijk samenwonen: geen rechten, maar ook geen plichten
Partners die samenwonen zonder een verklaring te hebben afgelegd bij de ambtenaar van de burgerlijke stand, wonen “feitelijk” samen. Juridisch gezien, zijn het vreemden voor elkaar. Ze hebben dan ook geen rechten tegenover elkaar: ze hebben geen erfrecht, de eigenaar van de gezinswoning kan deze zonder het akkoord van de andere partner verkopen én ze zijn elkaar wettelijk gezien geen bijstand of hulp verschuldigd. Feitelijk samenwonende koppels hebben daarentegen wel het voordeel dat ze genieten van een zeer flexibele samenlevingsvorm: de afwezigheid van de verplichting om hulp en bijstand aan de partner te verstrekken heeft tot gevolg dat de ene partner in principe nooit alimentatie zal moeten betalen in het geval van een relatiebreuk (tenzij het koppel onderling andere afspraken maakt). De samenlevingsvorm beëindigen is aan geen enkele formaliteit onderworpen. Een voordeel of een nadeel? Het is maar hoe je het bekijkt.

Wettelijk samenwonen: een paar rechten, maar ook een paar plichten
Wettelijk samenwonende partners kunnen genieten van een aantal rechten. Zo hebben ze een (beperkt) erfrecht ten opzichte van elkaar. De wettelijk samenwonende partner erft het vruchtgebruik op de gezinswoning en de inboedel. Een wettelijk samenwonende partner zal dus – net zoals de gehuwde partner – in de gezinswoning kunnen blijven wonen na het overlijden van zijn of haar partner. Bovendien geniet de gezinswoning van een bijzondere bescherming: de eigenaar van de woning zal nooit zomaar kunnen beschikken over de gezinswoning zonder het akkoord van zijn wettelijk samenwonende partner. De wet schrijft voor dat elk van de partners naar evenredigheid van zijn mogelijkheden tot tot de lasten van het samenwonen moet bijdragen. Wettelijk samenwonenden genieten echter net zoals de feitelijk samenwonende koppels van een zekere flexibiliteit: willen ze uit elkaar gaan, dan volstaat een verklaring voor de ambtenaar van de burgerlijke stand. Een wettelijk samenwonende partner kan zelfs éénzijdig deze verklaring afleggen en daarmee is de kous af. Ze zijn elkaar ook geen bijstand en hulp verschuldigd. Dit heeft ook gevolgen “na” de relatie: wettelijk samenwonende koppels zijn elkaar in geval van een breuk géén alimentatie verschuldigd. Na overlijden van één van de wettelijk samenwonende partners krijgt de overlevende wettelijk samenwonende partner bijvoorbeeld ook geen overlevingspensioen.

Huwen: veel rechten, maar ook meer plichten
“In goede en kwade dagen” zijn bij een huwelijk meer dan gewoon woorden. Deze alom gekende zin duidt enerzijds op de rechten van de echtgenoten, maar ook de verplichtingen die bij het huwelijk komen kijken.

Echtgenoten worden qua erfrecht beter beschermd. Ze hebben niet alleen een uitgebreider erfrecht, ze hebben bovendien recht op een “reservatair erfdeel”. Dat heeft tot gevolg dat ze altijd een minimaal erfdeel erven en dit erfdeel kunnen opeisen, indien dat nodig blijkt te zijn. Echtgenoten zijn verplicht om elkaar hulp en bijstand te verlenen. Dit heeft een heleboel gevolgen: het recht op alimentatie in geval van breuk, het recht op een overlevingspensioen en de mogelijkheid voor de langstlevende om een aantal sociaalrechtelijke vergoedingen te krijgen (bv. naar aanleiding van een overlijden ten gevolge van een beroepsziekte of een arbeidsongeval). De verplichting om elkaar wederzijds hulp en bijstand te verlenen geldt echter niet voor de wettelijk samenwonende partners. Als gevolg daarvan genieten wettelijk samenwonenden partners deze rechten dan ook niet.

De omvangrijke plichten en verantwoordelijkheden die eigen zijn aan het huwelijk, vertalen zich dus in omvangrijke rechten. Voor koppels die twijfelen om wettelijk samen te gaan wonen, dan wel om te trouwen, is het belangrijk rekening te houden met deze verschillen. Het gebeurt wel eens dat koppels twee ruggen uit een varken willen snijden: de flexibiliteit en vrijheid van de wettelijke samenwoning combineren met de grotere bescherming van het huwelijk.

Is kiezen dan altijd verliezen? Wat met de koppels die elkaar maximaal willen beschermen maar toch principieel niet willen trouwen… blijven zij in de kou staan?

De samenlevingsovereenkomst en het testament: kiezen is niet altijd verliezen
Dat de wet minder regels voorschrijft voor de feitelijk en wettelijk samenwonende koppels betekent niet dat deze koppels zélf geen initiatief kunnen nemen om elkaar à la carte te beschermen. Zelfs de fiscale decreetgever is zich daarvan bewust: een wettelijk samenwonende partner en zelfs een feitelijk samenwonende partner (die weliswaar minstens één jaar een gezamenlijke huishouding heeft gevoerd met de overledene) erft tegen dezelfde successietarieven als de gehuwde en wettelijk samenwonende partner. Dezelfde regel geldt voor de schenkbelasting. Wél moeten samenwonende partners – misschien meer dan gehuwden – gesprekken durven aangaan over hun financiële en vermogensrechtelijke bescherming. Ze zijn meer aangewezen op “self-service”. Mogelijkheden zijn er, maar je moet ze als koppel durven grijpen en dit veronderstelt dat samenwonende partners deze openlijk met elkaar moeten bespreken. Zo kunnen wettelijk samenwonende koppels de wederzijdse plicht van hulp en bijstand integreren in een samenlevingsovereenkomst. In deze samenlevingsovereenkomst kunnen ze de spelregels van hun samenwonen regelen. De “hulp en bijstand” plicht kunnen ze zelfs doortrekken in het geval van een breuk, onder de vorm van een tijdelijke alimentatievergoeding. Nemen ze zelf het initiatief om deze verplichting naar analogie met het huwelijk, in te voeren, dan hebben ze recht op een aantal sociaalrechtelijke vergoedingen. De wetgever gaat er dus van uit dat wie de plichten erbij wil nemen, ook recht heeft op de voordelen. Feitelijk samenwonende partners moeten zich laten verzekeren om recht te hebben op deze vergoedingen, maar gezien geen enkele wettelijke bepaling hun samenwoning regelt, kan een samenlevingsovereenkomst zeker wat gemoedsrust brengen. Hiervoor moeten ze zelfs niet naar een notaris. Wettelijk samenwonende koppels moeten hiervoor wel naar de notaris. Deze laatste zal erop toezien dat het wettelijk samenwonend koppel afspraken maakt die stroken met wat de wet al voor hen bepaalt.

Samenwonenden kunnen dus, net als gehuwden, een regeling treffen met betrekking tot hun erfrecht en financiële bescherming: het testament, de schenking en de aanwasbedingen zijn ervoor gemaakt. Zich informeren is dus de grote boodschap. Op www.notaris.be kan je al heel wat informatie terugvinden die je kan helpen bij het maken van een keuze.

Onze gouden raad: informeer je op voorhand over de rechten plichten die gepaard gaan met de gekozen samenlevingsvorm en kies bewust de samenlevingsvorm die het best aansluit bij je toekomstplannen en wensen. We leven in een samenleving waarin ieder koppel de vrije keuze heeft om feitelijk of wettelijk samen te wonen dan wel om te trouwen. Kies je voor de rechten en de voordelen van de ene samenlevingsvorm, dan kies je ook meteen voor de nadelen die ermee gepaard gaan. Bij het ene hoort het andere…

Bron: Koninklijke Federatie van het Belgisch Notariaat

25 april 2018

Niet prettig om aan te denken, maar het kan gebeuren dat er je iets overkomt waardoor je je eigen vermogen niet meer kan beheren. Over wat soort van situaties hebben we het dan? En hoe kan je hierop anticiperen?

Bron: Koninklijke Federatie van het Belgisch Notariaat

23 april 2018

Na jaren veel gelach, tranen, lief en soms ook leed is het zo ver: jij en je partner zijn klaar om de stap te zetten naar een huwelijk. Je mag je nu de “verloofde” van iemand noemen. De getuigen zijn uitgekozen, de zoektocht naar een zaal en een trouwjurk kan beginnen. Maar moet je nog iets regelen, naast de afspraak bij het stadhuis?

Trouwen… maar onder welk stelsel?
Het huwelijk laat belangrijke rechten en verplichtingen ontstaan tussen de echtgenoten. Het huwelijksvermogensrecht is het recht dat de regels tussen huwelijkspartners bepaalt. Ieder huwelijk - dus ook deze zonder huwelijkscontract - valt onder een huwelijksvermogensstelsel. Een huwelijk is dus altijd onderworpen aan bepaalde regels die een invloed hebben op het vermogen en het erfrecht van de huwelijkspartners. Contract of niet.

Het wettelijk stelsel
Koppels die trouwen zonder huwelijkscontract zijn getrouwd onder het wettelijk stelsel. In dit stelsel hebben elk van de huwelijkspartners een eigen vermogen. In dat eigen vermogen zitten de eigen aangekochte voorhuwelijkse goederen van de partners (bv. de woning die één van de partners al voor het huwelijk in eigendom had), de verkregen schenkingen, de erfenissen van de partners, maar bijvoorbeeld ook de eigen schulden van de partners (bv. de hypothecaire lening van één van de partners). Naast die eigen vermogens, hebben de huwelijkspartners ook een gemeenschappelijk vermogen. Daarin zitten niet alleen de goederen die ze samen na het huwelijk hebben aangekocht, maar ook de goederen waarvan men niet kan bepalen of ze van de ene dan wel de andere partner zijn. Last but not least: in het gemeenschappelijk vermogen zitten ook de inkomsten van huwelijkspartners (de lonen, wedden, sommige uitkeringen…). Ook de huurgelden verkregen uit onroerende eigendommen behoren tot dat vermogen, zelfs als de verhuurde woning slechts eigendom is van één van de partners.

Wanneer is een huwelijkscontract interessant?
Veel huwelijkspartners kunnen zich dus nog perfect vinden in de regeling van het wettelijk stelsel. Het is een evenwichtige regeling. Toch zijn er koppels die willen afwijken van wat de wet voor hen regelt: ongeveer 4 op 10 van de koppels kiest ervoor om te huwen mét een huwelijkscontract.

Zo zijn er veel partners die heel bewust hun inkomsten niet willen delen met elkaar of hun inkomsten niet samen willen beheren. Zij hebben de mogelijkheid om een huwelijkscontract op te stellen en te kiezen voor een stelstel van scheiding van goederen. Volgens onze Notarisbarometer kiest zelfs 67,8% van de koppels die vóór hun huwelijk een huwelijkscontract willen opstellen voor dit stelsel. Denk maar aan een koppel waarvan één partner een eigen zaak is gestart. Indien deze partner in het kader van zijn zaak professionele schulden maakt, dan kan de scheiding van de inkomsten een goeie zaak zijn. Professionele schuldeisers kunnen dan immers niet aan de inkomsten raken van zijn of haar partner, wanneer de zaken wat minder goed zouden gaan. Daarnaast zijn er ook getrouwde koppels waarvan de partners elk al een vermogen hebben opgebouwd en elk eigen kinderen hebben. Het is denkbaar dat deze huwelijkspartners hun eigen inkomsten willen beheren en willen behouden. Weet bovendien dat de gevolgen van dit huwelijksvermogensstelsel kunnen getemperd en gecorrigeerd kunnen worden met bepaalde clausules.

Het omgekeerde komt al heel wat minder voor: koppels die werkelijk alles gemeenschappelijk willen houden. Die geen eigen vermogen meer willen hebben. Het kan, maar het stelsel van de algehele gemeenschap zoals we dat noemen, komt in de praktijk nog maar nauwelijks voor.

Veel couranter zijn koppels die tevreden zijn met het wettelijk stelsel, maar deze toch willen verfijnen. Ook hiervoor moet je een huwelijkscontract opstellen. Ze willen bijvoorbeeld de woning waarvan één partner al eigenaar van was “gemeenschappelijk” maken, vaak met de bedoeling om daar specifieke bedingen aan te koppelen. Dat noemen we het conventioneel gemeenschapsstel. Een “gefinetuned” wettelijk vermogen als het ware, zodat de huwelijkspartners toch van enige flexibiliteit en bescherming kunnen genieten op het moment waar deze bescherming nodig zal zijn: een echtscheiding of een overlijden van één van de partners.

Is een huwelijkscontract altijd een must? Nee. Het antwoord op deze vraag hangt immers af van je professionele plannen, van je vermogen, van de gezinswoning… kortom van je levensomstandigheden. De ene situatie is de andere niet. Wat wél van belang is, is om je situatie even te bekijken en erover na te denken. Het liefst nog vóór de huwelijksdatum. Akkoord: romantisch is het niet, maar door een huwelijkscontract op te stellen vóór het huwelijk, vermijd je onnodige kosten. Een huwelijkscontract tijdens jouw huwelijk opstellen of wijzigen gaat gepaard met meer formaliteiten, en is dus duurder. Durf deze zaken dus op tijd te bespreken met je partner. Is het moment aangebroken om een feestzaal te reserveren voor je huwelijk? Dan is wellicht ook het moment aangebroken om even een gesprek te hebben over een eventueel huwelijkscontract…

Bron: Koninklijke Federatie van het Belgisch Notariaat

 
 

Immo

Openbare verkoop

Huis
Kraaisteerten 4
2440 Geel

Uit de hand verkoop € 149.000

Appartement
Eikelplein 32
3980 Tessenderlo

Uit de hand verkoop € 35.000

Grond
Schansstraat 0
2431 Veerle

Uit de hand verkoop € 135.000

Grond
Voort
3272 Testelt

Uit de hand verkoop € 105.000

Grond
Lange Blok
2431 Veerle

Uit de hand verkoop € 111.000

Grond
Verboekt
2430 Vorst

Uit de hand verkoop € 112.500

Grond
Averbodeweg 27
3271 Scherpenheuvel-Zichem

Uit de hand verkoop € 295.000

Huis
Meir 30
2430 Eindhout

Uit de hand verkoop € 240.000

Huis
Smissestraat 14
2430 Vorst

Uit de hand verkoop € 125.000

Grond
Makelstraat 16-18
2431 Veerle

 
 

Notaris Marc Demaeght

Veerledorp 30
2431 Laakdal (Veerle)
Tel. (014) 84.14.44
Fax. (014) 84.01.44

BV BVBA
BTW BE 0827869759
RPR Antwerpen afdeling Turnhout
Verzekeringen van het Notariaat cvba